Menu

In het spoor van zelfrijdende wagentjes

Ze werden voor het eerst door botanisten gevonden in Peru en kregen de naam ‘Peruviaanse appel’ mee. De oude Mexicanen zouden hen ‘tomatl’ genoemd hebben. Aanvankelijk dacht men dat het Belgische klimaat niet geschikt was voor de tomatenteelt, maar in 1848 slaagde een tuinder uit Vilvoorde erin om onder glas perfect rijpe tomaten te kweken. Johan Van Bulck en zijn vrouw Nancy verloren hun hart aan de rode groente en telen ze sinds 1993 in hun bedrijf in het Antwerpse Putte.

Ik ontmoet Johan in de hal van hun bedrijf. Er heerst een gezellige drukte. Er wordt volop geoogst en gesorteerd. “Wij telen vleestomaten op substraat”, vertelt Johan. “In 1993 kochten we hier een bestaand bedrijf, ondertussen hebben we al heel wat bijgebouwd.” Dit glastuinbouwbedrijf is 4,6 ha groot en combineert technologie met de zorg voor kwaliteit en milieu. De tomatenplantjes worden aangekocht als ze 6 weken oud zijn. Begin januari worden ze geplant in de serre. Ze zijn dan ongeveer een halve meter groot. Begin april kunnen Johan en Nancy voor het eerst oogsten. Ze oogsten tot eind juli, maar begin juni wordt er een nieuwe tomatenplant geplant naast de eerste. Begin augustus kunnen ze daarvan oogsten tot Kerstmis. Daarmee is de cirkel rond.

Een reservoir van 22 miljoen liter water

“Een tomatenplant kan 13 meter hoog worden. Elk week verwijderen we de scheuten uit de tomatenplant en leiden de planten verder via een touwensysteem. Met die touwen kunnen we de planten laten zakken, zodat we ze kunnen blijven oogsten op een ideale hoogte.” Ze telen de tomaten op substraat. Dat is een soort steenwol, die het water goed vasthoudt. Nadien wordt dit substraat gerecycleerd en wordt er baksteen van gemaakt. De to- matenplanten krijgen water en aangepaste voeding. Een tomatenplant verbruikt 3,5 tot 4 liter water per dag. “Het regenwater dat op het serredak valt, vangen we op in een reservoir en geven we aan de planten. Het water dat de planten niet opnemen, wordt gezuiverd. Er is een reservoir van 22 miljoen liter.”

Johan en Nancy hebben twaalf personeelsleden vast in dienst. In de zomer komen daar nog tien seizoenarbeiders bij. Zij worden ingezet bij het oogsten en sorteren. Op een zomerse dag wordt er tot 50 ton tomaten geoogst. De tomaten gaan vooral naar het buitenland, namelijk naar Duitsland. Als je rondloopt op het bedrijf van Johan en Nancy, heeft het wel iets futuristisch. Zelfrijdende wagentjes pendelen tussen de serre en de sorteerhal. Via antennes vinden die hun weg. Ze leveren de geoogste tomaten af en komen met de lege kisten terug. Van elke tomaat worden negen foto’s genomen om ze te sorteren op kleur, grootte en gewicht.

Tweeduizend hommels in de serres

“Wij hebben geïnvesteerd in een wkk of warmtekrachtkoppelingsinstallatie. Een motor op aardgas wekt elektriciteit  op. Het overschot daarvan wordt op het net gestuurd en voorziet zo’n 3600 gezinnen van elektriciteit. De gezuiverde uitlaatgassen leveren CO²  op, die de planten opnemen voor hun fotosynthese. Met de warmte van de motor wordt de serre op temperatuur gehouden. Niets gaat verloren.” Johan en Nancy kweken maximaal biologisch. Dat wil zeggen dat ze in de serre lokplaten hangen om na te gaan welke schadelijke insecten op de planten aanwezig zijn. Als ze er opmerken, dan bestrijden ze die met natuurlijke  vijanden. “Op deze manier kunnen we gewasbeschermingsmiddelen tot een strikt minimum beperken en dat komt de consument – maar ook onze hommels – ten goede. Die hommels bevruchten de bloempjes. In de zomer zijn er tweeduizend hommels actief in onze serres. Onze hommels kunnen tot één miljoen bloemetjes bestuiven per week.”